Roemi's Masnavî, een
leerdicht
over de heelheid van de mens
Eeuwenlang was de Perzische dichter en mysticus
Djelal-oed-din Roemí (1207-1273) alleen in het Midden-Oosten
en Azië bekend. Maar nu heeft ook het Westen hem ontdekt als
een van de allergrootste literaire en spirituele persoonlijkheden
die de wereld ooit gekend heeft. Zijn meesterwerk, de Masnavî,
een leerdicht dat zes boeken en zo'n 25.577 versregels beslaat,
bestaat uit onderling verweven verhalen, metafysische bespiegelingen
en hoge vluchten van lyrische inspiratie. De levenswijsheid die
Roemí in zijn werk tot uitdrukking brengt, openbaart een
grote waarheid, namelijk dat al het leven één is.
Het innerlijke pad waarop Mevlânâ ( Turks voor `onze
meester' ) ons wijst, is een weg die door het hart gaat. Roemi heeft
als mystiek dichter op geïnspireerde wijze gebruik gemaakt
van het woord om zeer diepe, mystieke wijsheden uit de islamitische
traditie over te brengen. Toch kwam hij telkens weer uit bij het
gevoel dat woorden slechts stof zijn op de spiegel van de `ervaring'.
In deze wereld is het zaak het hart te zuiveren, te polijsten en
uiteindelijk te vervolmaken als een spiegel waarin Gods kwaliteiten
zich weerspiegelen. De training van de Mevlevi-derwisjen bestaat
daarom uit het onderwijzen en louteren van het hart. Het echte weten
kómt immers uit het hart. We hebben het dan niet over het
bloedpompende orgaan of een vaag beeld, maar over een bijzondere
kwaliteit van de ziel, de kern van de psyche, de drempel tussen
ego en geest, de plaats voor innerlijke openbaringen.
Iemand met een leeg en zuiver hart
weerspiegelt beelden van de Onzichtbare.
Hij wordt intuïtief
en kent onze diepste gedachten, want
`de gelovigen zijn een spiegel voor elkaar'. [i]
(Masnavî I, 3146-3147)
Wanneer we het hebben over `bewustzijn' verstaan
we daar meestal de bewustzijnsinhouden onder. In die zin kun je
spreken van een politiek of een ecologisch bewustzijn. Bovendien
kunnen we door waakzaam te zijn onderkennen hoe de inhoud van het
bewustzijn - dat wat we denken - samenhangt met het gevoel. Door
gewaar te worden in welke context ervaringen zich voordoen en je
bewust te zijn van wat er in je omgaat kun je zelf zien wat je uit
gewoonte in je geest vasthoudt. [ii]
Het lijkt soms net of emotioneel lijden gewoon deel uitmaakt van
ons leven. Daarom is het prettig en troostend te horen dat het een
doel dient. Veel van dat lijden is echter het gevolg van afgunst
en wrok, ijdelheid en trots.
Waak in de tegenwoordigheid van Zijn luister
nauwlettend over je hart
opdat je niet door je gedachten wordt beschaamd.
Want Hij ziet schuld, oordeel en begeerte
even duidelijk als een haar in zuivere melk.
(Masnavî I,3144-3145)
Als je de eenheid herkent die aan het hele bestaan
ten grondslag ligt, ervaar je dit steeds meer als een geschenk van
goddelijke genade. Als je goed kijkt zie je dat alles bestaat in
een volmaakte wisselwerking. Belangrijk hierbij is dat we vast gaan
vertrouwen op Hem die ons onderhoudt, onze Vriend. Dan krijg je
gaandeweg oog voor de dimensie die alle dingen toestaat te bestaan.
In het dagelijkse leven zijn er veel dingen die onze aandacht vragen.
Toch moeten we tegelijkertijd uitgaan van een kern die overal en
nergens is. Dit kun je zien als de weg van het hart, een werkelijk
aanwezig zijn in deze wereld. Als het hart is ontwaakt, word je
je ervan bewust dat er een bepaalde, gepaste manier bestaat waarop
je je tegenover je medemens dient te gedragen. God, het Absolute,
is niet een ding naast alle andere dingen. Dat is de dimensie die
al het bestaande mogelijk maakt en van waaruit zij hun zijn afleiden.
De Koran zegt immers dat God ons meer nabij is dan onze halsslagader
.[iii]
Wanneer de spiegel van je hart helder en zuiver wordt,
aanschouw je beelden die buiten deze wereld liggen.
Je ziet het beeld en zijn maker -
het tapijt van het spirituele uitspansel
en Degene die het uitspreidt.
(Masnavî II,72-73)
De spirituele oefeningen die Roemi kende waren gericht op het overstijgen
van de dwangmatigheid van het onechte zelf om te komen tot islam,
`onderwerping' aan een hogere orde van werkelijkheid. Zonder deze
onderwerping is het echte zelf verslaafd aan het ego en leeft op
grond van de tegenstrijdige dingen die daarin opwellen in een toestand
van innerlijke tweestrijd. Het verslaafde ego is afgesneden van
het hart, het voornaamste orgaan voor het waarnemen van de werkelijkheid
en kan zodoende de spirituele leiding en voeding waarin het hart
voorziet niet ontvangen.
Het overwinnen van deze verslaving leidt tot de verwezenlijking
en ontplooiing van ware menselijkheid. Spirituele rijpheid is het
besef dat het zelf een afspiegeling is van het Goddelijke. God is
de Geliefde, de Vriend, de transpersoonlijke identiteit. Liefde
tot God leidt ertoe dat de minnaar zichzelf vergeet in de liefde
tot de Geliefde.
Educatie en transformatie Pas na de dood van Roemi heeft de Mevlevi-orde,
de wervelende derwisjen, vernoemd naar Mevlana, zich verder kunnen
ontwikkelen en verbreiden. De trainingscentra van de Mevlevi's (Mevlevi-châne)
verspreidden zich tot in Bosnië, Griekenland, Cyprus en over
het hele Midden-Oosten. Deze Mevlevi-loges (Tekkeje) waren tijdens
het Osmaanse rijk belangrijke centra voor kunst en cultuur. Al naar
gelang de aanleg en interesse van de novice werd een holistisch
programma voor innerlijke ontwikkeling samengesteld. Kalligraferen,
kleding maken, koken, tuinieren, maar ook het bespelen van een muziekinstrument
of het leren van een taal behoorden tot de mogelijkheden. Leren
en werken gingen hand in hand. De aspirant die wilde toetreden onderging
eerst een training van 1001 dagen bestaande uit dienstverlening
in de keuken, maar leerde in deze periode tevens de rituele bewegingen
van het biddend wervelen en volgde Perzische les om de Masnavi beter
te leren begrijpen.
Door deel te nemen aan gezamelijke activiteiten zoals het spirituele
gesprek (sohbet), gebed (namaz), gemeenschappelijk gedenken (zikr),
muziek (samâ') of individuele geestelijke oefeningen en studie
komt men tot een juiste afstemming, waardoor een kader ontstaat
waarin men elkaar en zichzelf beter kan leren kennen.[iv]
Roemi laat ons zien dat het binnen ieders bereik ligt de kunst van
het liefhebben meester te worden. We kunnen onze liefde tot uitdrukking
brengen door elkaar van dienst te zijn. De derwisj accepteert daarom
een strenge discipline om het vuur van de liefde brandende te houden.
De kruier rent op de zware last af
en neemt haar van anderen over
omdat hij weet dat lasten de basis zijn voor gemak
en bittere dingen de voorbode van geluk.
Zie de kruiers kibbelen om het vrachtje!
Zo gaan zij te werk die de waarheid zien.[v]
(Masnavi II,1834-1837)
De Mevlevi-traditie hanteert eigenlijk
een principe van education permanente, die berust op liefde en waarbij
die kracht zó wordt aangewend dat de mens ontwaakt en transformeert.
De mens wordt gevormd door de oefeningen, kansen en verantwoordelijkheden
die hem geboden worden, een heelwordingsproces waarbij het echte
zelf een wezenlijk onderdeel wordt van het geheel en de goddelijke
eigenschappen naar buiten kunnen komen.
[i] Hadieth, een overlevering
van de profeet Mohammed.
[ii] Living Presence, a sufi way to mindfulness
& the essential self, Kabir Helminski, Tarcher, 1992.
[iii] De Edele Koran, Soera Qaf ( De Letter Qaf
), 50:16. Nederlandse vertaling uit het Arabisch door Sofjan S.
Siregar, ICCN, Den Haag, 1998.
[iv] The Knowing Heart, a sufi path of transformation,
Kabir Helminski, Shambhala, 1999.
[v] De gedichten in dit artikel komen
uit Roemi, DAGLICHT, een dagboek van spirituele leiding. Bloemlezing
uit de Masnavî van Djelal-oed-din Roemi naar de Engelse bewerking
van Camille en Kabir Helminski. Nederlands van Sipko A. den Boer
en Aleid C. Swierenga, Kosmos Z&K, 2000.
Voor meer informatie over Mevlana Djelal-oeddin Roemi of activiteiten
binnen de Mevlevi-soefitraditie kunt u contact opnemen met:
Threshold Society, Sipko den Boer
Postbus 633, 2270 AP Voorburg
e-mail: threshold@planet.nl
www.sufism.org
http://denboer-s.tripod.com
|